Molen Ros-oliemolen van J.F. Hommes, Ede

Ede, Gelderland
v

korte karakteristiek

naam
Ros-oliemolen van J.F. Hommes
modeltype
rosmolen
functie
oliemolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
15941
oude dbnr.
V15941
Meest recente aanpassing
| Conversie

locatie

plaats
Ede
plaatsaanduiding
Molenstraat ter hoogte van nr. 13
gemeente
Ede, Gelderland
streek
Veluwe
geo positie
X: 174513, Y: 451019
N: 52.04715, O: 5.67165

constructie

modeltype
rosmolen
krachtbron
spierkracht
functie
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
verdwenen
geschiedenis
In 1841 kwam J.F. Hommes uit den Haag naar Ede, en kocht de beide panden op de hoek van de huidige Molenstraat (toen Bergstraat) en Grotestraat. In de koop was ook een koetshuis begrepen dat achterin de tuin, tegen de oude pastorie aan stond.

In hetzelfde jaar verwierf Hommes het patent op de rosoliemolen van S. Slok in Geldersch Veenendaal (Tenbruggencatenummer 15225). Hij bouwde in de tuin achter zijn nieuw verworven bezit een rosmolen. Daarvoor werd het oude koetshuis gesloopt. Korte tijd later werd, zo blijkt uit het kadaster, dit nieuwe koetshuis omschreven als rosoliemolen. Duidelijk is dat dat pand ook gebouwd was als rosoliemolen, met de daarvoor nodige zware constructie. Dat blijkt onder andere uit de voor een één verdieping hoog pand erg zware balkankers en uit een verkoopakte, waarin staat dat de zolder 40 “last”, dat is 80.000 kg kon dragen. Nodig om de werkvoorraad oliehoudend zaak te kunnen opslaan.

Ondanks enige moeilijkheden met de kerkvoogdij, verkreeg Hommes uiteindelijk vergunning de rosoliemolen officieel in gebruik te nemen. Op dat moment draaide hij al geruime tijd, omdat het gemeentebestuur (lees: de burgemeester) het nadrukkelijk niet met de kerkvoogdij eens was en de bezwaren niet onderschreef. En dus niet optrad tegen het in wezen illegale gebruik van de oliemolen.

De onderneming van Hommes was kennelijk niet succesvol want in 1848 werd zijn inboedel geveild en het onroerend goed verkocht aan een zekere Rooseboom. Opmerkelijk is dat bij de veiling de olievaten in de molen niet geveild mochten worden, maar bij het onroerend goed mee verkocht werden. De oliemolen draaide daarna nog een paar jaar, maar in 1850 werd de productie gestopt. Dat zal mede gelegen hebben aan het feit dat er geen gezuiverde lampolie werd geproduceerd, de zogeheten “patentolie”, iets wat de concurrenten wel deden. Voor de noodzakelijke investering zal ook het geld ontbroken hebben. Omdat in die tijd zowel petroleum als ook gas als lichtbron verschenen was investeren niet meer zinvol. Het pand werd verbouwd tot een villa met de naam Solitude.

Bron: Solitude, van rosoliemolen tot villa, artikel door Jan Kijlstra op website gemeente Ede.