Molen Nieuwkoopse Droogmakerij, Nieuwkoopse polder, 1e gang, bovenmolen 1, Korteraar

Korteraar, Zuid-Holland
v

korte karakteristiek

naam
Nieuwkoopse Droogmakerij, Nieuwkoopse polder, 1e gang, bovenmolen 1
modeltype
Kantige molen, grondzeiler
functie
poldermolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
01008 a
oude dbnr.
V8125
Meest recente aanpassing
| Conversie
media-bestand
Molen 01008 a Nieuwkoopse Droogmakerij, Nieuwkoopse polder, 1e gang, bovenmolen 1 (Korteraar)
kaartfragment 1788,
bron:Nationaal Archief, inv.nr 73, coll Ernsting

locatie

plaats
Korteraar
gemeente
Nieuwkoop, Zuid-Holland
streek
Rijnland
kadastrale aanduiding 1811-1832
Ter Aar B (4) 453 De Nieuwkoopsche polder
geo positie
X: 109385, Y: 463615
N: 52.15882, O: 4.72059

constructie

modeltype
Kantige molen, grondzeiler
krachtbron
wind
functie
romp
achtkante bovenkruier
inrichting
Scheprad
plaats bediening
grondzeiler
bediening kruiwerk
buitenkruier
plaats kruiwerk
bovenkruier
vlucht
28 m
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
verdwenen
afgebroken
geschiedenis
Het veengebied rond Nieuwkoop verkreeg op 26 april 1394 van Hertog Albrecht het recht om op de (Oude) Rijn af te wateren, dit kon toen nog op natuurlijke wijze.

In de loop van de 16e eeuw begonnen de moeilijkheden met de waterstand. Op 28 februari 1545 verkreeg de Baljuw vergunning voor het plaatsen van een wipmolentje op zijn land van 8 ha groot onder Schoot. Daarna werden in de omgeving nog tientallen soortgelijke weidemolentjes geplaatst, en werd het land door ongebreidelde vervening geruïneerd.

Toen Johan de Bruijn van Buijtewech uit Leiden in 1617 de Hoge Heerlijkheid van Nieuwkoop kocht, probeerde hij de vervening aan banden te leggen. In 1630 werd de Groote Meijepolder ingepolderd en bemalen door twee grote wipmolens, de Oude Meije Molen (Tenbruggencatenummer 00047 a) en de Oude Ziende Molen (Tenbruggencatenummer 00047 b). Dit deel bleef de Natte Polder genoemd worden, en werd later de Polder Nieuwkoop en Noorden.

In 1658 werd een eerste kade rond het benoorden Nieuwkoop gelegen veengebied gelegd, in de zeven ambachten Nieuwkoop, Aarlanderveen, Korteraar, De Hoef, Nieuwveen, Zevenhoven en Schoot. De uitwatering geschiedde nog op natuurlijke wijze door vier verlaten, hoewel volgens sommigen reeds in 1750 een "beteugelingsmolen" was geplaatst. In 1775 werd de ringdijk verbeterd.

Op 18 januari 1769 verkreeg de stad Haarlem vergunning voor het droogmaken van de Zevenhovense Plassen, maar dit vond geen doorgang. Om te voorkomen dat het gebied gemeen zou komen te liggen met het Haarlemmermeer en zo een groot gevaar voor de provincie zou gaan vormen, beval het Provinciaal Bestuur van Holland op 29 december 1796 de droogmaking van de Nieuwkoopse en Zevenhovense Plassen.

Hiertoe werden beide door één onderneming bedijkt. Wel werd het gebied gesplitst in Zevenhovense Polder, uitwaterend op Amstelland, en Nieuwkoopse Droogmakerij, uitwaterend grotendeels op Rijnland doch met één gang op Amstelland. Beide delen bleven gescheiden door de Zevenhovense dijk.

De Zevenhovense Polder kreeg drie gangen van twee vijzelmolens (A/D, B/E en C/F), waaraan later nog zo'n gang werd toegevoegd (G/H).

De Nieuwkoopse Droogmakerij werd voorzien van vijf gangen. Twee gangen van twee vijzelmolens (4/12 en 5/13) sloegen uit op de Groote Meijepolder. Die polder verkocht beide wipmolens aan de Droogmakerij en betaalde daarna jaarlijks ƒ 500 voor hun eigen bemaling. Verder kreeg het Nieuwkoopse deel nog drie gangen van vier schepradmolens (1/6/9/14, 2/7/10/15 en 3/8/11/16). Na enkele jaren werd nog een vijzelgang (17/18) toegevoegd aan het einde van het Liemeer. Tevens werd toen de achtkante Nieuwe Ziende Molen (Tenbruggencatenummer 00047 c) aan de beide wipmolens van de Groote Meijepolder toegevoegd.

De bovenmolen nr. 1 bemaalde tevens de nog in vervening zijnde Korteraarse en Bloklandse polder. De bovenmolen nr. 2 (Tenbruggencatenummer 01789 bis n) bemaalde tevens de Schilkerpolder. Ondermolen nr. 14 (Tenbruggencatenummer 01008 d) deed dienst als generale Seinmolen onder Nieuwkoop, onder Zevenhoven fungeerde de Ondermolen H (Tenbruggencatenummer 00015 b) als zodanig.

In 1809 werden de hoog gelegen gronden verkocht en in 1812 de lagere. De Zevenhovense Polder werd ook wel Klein Rusland genoemd omdat er veel boerderijen vernoemd waren naar Russische steden. De Nieuwkoopse Droogmakerij heette aanvankelijk Zeven Ambachtspolder.

Molenaar Jan de Lange van Bovenmolen G (Tenbruggencatenummer 00015 a) vond in 1830 of 1831 de vijzelklep uit, waarmee de opbrengst van de vijzel verkleind kon worden als er weinig wind was, zodat er dan toch (iets) gemalen kon worden. Het polderbestuur rustte binnen 10 jaar alle vijzelmolens met deze uitvinding uit, ook enkele omliggende polders pasten hem toe.

Vanaf 1835 werden ijzeren waterassen ingebouwd, vanaf 1839 ijzeren schepraderen, en in 1855 werd de eerste ijzeren bovenas door L.J. Enthoven geleverd. De molens waren deels uitgerust met halve roeden.

Om de bemaling te verbeteren werden in 1872 de Nieuwkoopse molens 1, 6, 9 en 14 afgebroken en vervangen door twee stoomgemalen, een tweetraps gang van 38 pk en 50 pk. In 1873 volgden de Zevenhovense molens C en F die ook door twee stoomgemalen van 40 pk werden vervangen. Tevens werden molens A en D toen afgebroken. Ook in 1873 brandde ondermolen nr. 12 af en werd vervangen door een locomobiel, zodat bovenmolen nr. 4 in bedrijf kon blijven.

In 1872 werden de Nieuwkoopse molens 1, 6, 9 en 14 afgebroken en vervangen door twee stoomgemalen,

mogelijk hoort onderstaande advertentie daarbij:

Het nieuws van den dag : kleine courant, 24 juni 1872
Te koop aangeboden:
Eenige ijzeren Boven- en Water-assen, ijzeren Schepraderen, Onder- en Boven wielen, Schijfloopen, staande Spillen, Achtkantstijlen, Voeghouten, Staartbalken, Schooren, etc. et.-. afkomstig van drie kapitale Watermolen.

In 1894 werden de twee schepradstoomgemalen onder Nieuwkoop vervangen door een groot stoomgemaal met twee 100 pk machines met centrifugaalpompen. Daarna werden de resterende 13 Nieuwkoopse molens afgebroken. Bij een publieke verkoop op 20 augustus 1895 kocht molensloper J.B. Thomé uit Dordrecht drie molens voor ƒ 550,= per stuk. Op 12 december 1895 ging het polderbestuur akkoord met de verkoop voor dezelfde prijs aan Thomé, van de resterende 8 schepradmolens. De Nieuwveense gang moest uiterlijk 31 maart 1897 weg zijn, die bij Ter Aar op 31 maart 1898. Een van deze molens werd waarschijnlijk hergebruikt als de Zuidbuurtse molen van de Westbroekpolder (Tenbruggencatenummer 01158).

De Polder Nieuwkoop en Noorden kocht voor ƒ 15.000 de drie molens aan de Ziende weer terug. Hiervan werd in 1916-17 de Oude Ziende Molen vervangen door een vijzelgemaal, beide andere molens bleven nog tot 1919 in bedrijf en werden in 1921 gedeeltelijk gesloopt.

Rond 1926 stichtte de Zevenhovense Polder het huidige elektrische gemaal, en werden de molens G en H aan de molenaars Zaal Schalkwijk verkocht, en door hen gedeeltelijk gesloopt en tot woningen verbouwd. In de zomer van 1926 verongelukte ondermolen E, waarna deze werd afgebroken. Daardoor verloor ook bovenmolen B zijn functie en werd onttakeld.

Bronnen:
- "Van de vroegere molenrijkdom van Nieuwkoop en omgeving", door Jan Lunenburg, maart 1983, t.g.v. 25 jaar Rijnlandse Molenstichting.
- "De molens van de Oost- en Westbroekpolder (3)", art. door Jan van Gent in Suetan nr. 154, nov. 2009. Beide verzameling H. van der Kaay.